• Sandra

Herboren

Afgelopen donderdag heb ik mijn kuren weer gehad. Er zat deze keer vier weken tussen de behandelingen. Op mijn eigen verzoek, omdat ik het niet zo'n goed idee vond om middenin de verhuisweek ook even die kuren te krijgen. Gelukkig kan dat altijd wel zonder problemen, soms zit er ook wat langer tussen vanwege een vakantie ofzo. 


We zijn inmiddels dus verhuisd naar ons tijdelijke huis, in Ouddorp. Ik had vooraf verwacht dat ik het wel lastig zou vinden om de deur van mijn eerste eigen huisje definitief achter me dicht te trekken. Ik heb er toch best een hoop meegemaakt: voor het eerst op mezelf, het komen en gaan van wat liefdes, uiteindelijk de grote liefde leren kennen met heel wat wijntjes op de bank, samen gewoond in dat huisje, de geboorte van onze zoon en zijn eerste jaar daar, zijn eerste stapjes. Maar ook: ontelbaar veel uren in mijn eentje op de bank rillend van de chemo, starend naar het plafond. Of met mijn enorme vochtbuik schuifelend door het huis, steunend tegen iedere centimeter muur. Nee, ik had wel wat tranen verwacht bij de sleuteloverdracht. 

Maar niets van dat al: met een grote glimlach gaf ik de sleutels aan de nieuwe eigenaar en trok zonder om te kijken de deur dicht. Het hielp waarschijnlijk ook dat we al weken bivakkeerden tussen steeds hoger opgestapelde dozen; de gezelligheid was er al wel vanaf en de irritatie om het elkaar nog meer in de weg lopen tussen het steeds afnemende aantal vierkante meters vloer (vanwege die dozen ;-)) liep op. En toen alles echt weg was en het huis helemaal leeg stond was het al alsof we er niet meer hoorden: home is blijkbaar toch echt where the heart is (kots).


In Ouddorp waren we vrij snel gesetteld. Het is een gemeubileerd huisje op een vakantiepark. Niet per se mijn smaak, maar met wat eigen spullen aan de muur, foto's, kussens en wat kaarsen komen home en heart weer een beetje bij elkaar. Het allerfijnst hier zijn echter de tkuin en de omgeving. Ik wist dat ik wat tuin miste, maar dat het zo een verademing zou zijn om uit het raam een stuk gras en wat bomen te zien had ik niet verwacht. Heerlijk is het, om wat van me af te kunnen kijken; vogels te zien en als cadeautje ook nog zeker eens per dag een konijn in de tuin. Meestal wel van korte duur, de kleine man kan zijn enthousiasme ook niet onderdrukken en slaat vrolijk op de ramen als hij er één ziet. Het park is lekker rustig, waardoor onze zoon op zijn autootje of fietsje het hele terrein over crosst. Dagelijks moeten we even bij de eendenvijver kijken of naar de speeltuin, al is het hoogtepunt toch wel de geparkeerde veegwagen van het park. Op zo'n tien minuten lopen ligt het strand. In de zomer houd ik daar niet meer zo van, ik mag toch al niet in de zon en dat gedoe met een parasol meeslepen en continue opletten of ik echt niet verbrand...ik vind het niet ontspannen. Maar in de herfst/winter vind ik het wel heerlijk. En de kleine man begon enorm te glunderen van zo'n grote zandbak. Eerder was het strand ook maar 20 minuten rijden en we kwamen er heus eerder, maar dat weet hij natuurlijk niet meer. Al scheppend liep hij het hele stuk naar de zee, want daar moest en zou hij in het water stampen. We vermaken ons hier dus wel.


Goed, donderdag heb ik dus die kuren gehad. Zoals te verwachten was hakten die er weer even in: doodmoe en al een veel hogere hartslag als ik gewoon op de bank lag. Iets meer doen dan hangen of zitten zat er weer niet in. Verstandelijk vind ik dat niet zoveel uitmaken; het is echt altijd maar een paar dagen en het is lang niet zo erg als chemo. Toch blijf ik gevoelsmatig vaak meer willen doen dan ik kan. Deze keer heb ik dat, heel verstandig ja, eens niet gedaan. Ik merk die dagen echter wel dat mijn lontje heel kort is. Op vrijdag ben ik meestal alleen, maar op zaterdag zijn man en kind thuis. Ik ben dan nog heel snel uitgeput en kan weinig hebben. Toch heeft de rust goed geholpen, want deze keer voelde ik me vanochtend toch alweer goed genoeg om mijn hardloopschoenen weer aan te trekken en een rondje te proberen. Ook dan is de omgeving hier zo fijn: ik loop zo de duinen in waar ik over een verhard fietspad een heel mooi rustig rondje kan hardlopen. Gezien de kuren van een paar dagen geleden ben ik heel rustig van start gegaan en het viel helemaal niet tegen. Blij en ontspannen kwam ik terug en ik vertelde nog tegen mijn man dat die eerste dag na de kuren waarop ik me weer goed voel wel lijkt te voelen alsof ik 'herboren' ben; ik voel me zo ontspannen, vrolijk, het lontje is weer langer en ik kan van alles hebben. Nee, ik kan de wereld weer aan dan. 


Omdat de kleine man wat druk was leek het een goed plan om nog even met zijn drieën een rondje park te doen; dan kon hij buiten lekker uitrazen. Hij pakte ook enthousiast zijn laarsjes. Eenmaal buiten had hij echter andere plannen dan wij, liep hard krijsend de andere kant op en was niet van plan ook maar iets mee te bewegen. Zoals wel vaker liet ik hem nu ook maar even lekker gaan, maar toen hij de tuin van de buren inliep die grenst aan een sloot heb ik hem toch maar even opgepakt. Dus liep ik met een krijsende en schoppende peuter op mijn arm terug naar ons huis terwijl mijn lontje toch begon te branden. De peuter lijkt ook gewoon al wel wat moe dus we besluiten om hem zijn boterham maar te geven en daarna lekker naar bed te brengen. Vrolijk eet hij zijn boterham op, om daarna compleet over de rode te gaan omdat hij een schone luier aan moet. Dat is nooit zijn hobby, maar nu maakte hij er wel een erg spektakel van: slaan, schoppen, krijsen, luier gooien en poep overal. Ik besluit hem maar onder de douche te zetten. Als ik even overweeg om daar een koude van te maken (niet gedaan nee) weet ik dat ik mijn lontje heb verbruikt voor vandaag. 


Op zulke momenten staat het huilen me nader dan het lachen en vraag ik me af hoe ik geweest zou zijn als moeder, als ik geen kanker had gehad. Zou ik dan een langer lontje hebben? En altijd geduldig zijn? Waarschijnlijk niet. Waarschijnlijk was ik me er ook veel minder bewust van dan dat ik nu ben. Misschien juist ook wel vaak minder geduld (want het gaat natuurlijk niet altijd op deze manier gelukkig), omdat ik daarnaast ook zou werken en mijn tijd meer had moeten verdelen. 


Na deze uitbarsting van de kleine man voel ik me even niet herboren, maar moe en vertwijfeld of ik het wel goed doe. En dan besef ik me, met een beetje hulp van mijn man (de grote), dat ik mijn best doe en dat het daarom altijd goed genoeg is. Misschien niet perfect en misschien kan ik niet de wereld aan. Maar daarmee alsnog als herboren: ik ben er weer, inclusief het bijbehorende lontje wat ik altijd al heb gehad. De ene keer wat korter, de ander keer weer langer. 


75 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven

Het is ook nooit goed

Soms zijn er van die dagen, dan word ik toch zo moe van mezelf. Al weken beginnen de dagen knettervroeg door onze lieftallige peuter die dan ook meteen 'aan' staat op de vroege ochtend. Niks rustig op