• Sandra

Gewonnen!


Vandaag was ik weer in het ziekenhuis voor mijn kuren immuuntherapie. Ik heb geen idee de hoeveelste keer dit is. In tegenstelling tot drie jaar geleden hou ik dat nu niet bij. Toen kon ik aftellen en wist ik precies hoeveel ik er al achter de rug had en hoeveel ik er nog moest. Nu er geen einddatum bij is maakt het me niet zoveel uit hoeveel ik er precies gehad heb. Misschien wil ik het ook liever niet weten; hoe meer ik er gehad heb hoe groter de kans wordt dat de kanker een andere weg verzint om toch weer te gaan groeien. Dat gaat bij mij natuurlijk nooit gebeuren en als ík niet weet hoeveel kuren ik al gehad heb weet die kanker dat ook niet. En ja, ik weet zelf ook wel dat daar totaal geen logica in zit en dat het zo niet werkt, maar ik hou daar toch gewoon lekker aan vast. 

De oncologische dagbehandeling is een van de weinige plekken waar ik veel medepatiënten zie. Of waar ik in deze periode überhaupt mensen zie. Soms vind ik het best even leuk om een praatje te maken, als er iemand naast me zit die een beetje gezellig is. En soms tref je dan zo'n leuk mens naast je dat er heel wat afgelachen wordt tussen de infuuskasten. Maar ja, net als in het gewone leven vind ik ook hier niet iedereen even gezellig. Ja sorry, ik ben gewoon niet bijzonder sociaal aangelegd en kan niet gewoon met iedereen een praatje houden. Dat zou je misschien niet denken, gezien het werk wat ik deed, maar in het werk is dat toch anders. 

Maar goed, andere mensen dus. Ik verbaas me over wel meer dingen die gezegd worden, maar het meest verbaas ik me toch wel over het wedstrijdgedrag. Elke keer hoor ik wel iets in die richting. Meestal begint het met een opmerking over hoe zwaar het is, gevolgd door de vraag hoeveel de ander er nog moet. Meestal moet de vragensteller er meer en/of heeft de allerzwaarste chemokuren gehad die er bestaan. Dat gaat dan altijd op een bepaalde toon. Als het woord aan mij gericht is hangt het een beetje van mijn bui af hoe ik daarop reageer. Soms glimlach ik vriendelijk en laat het verder lekker gaan. Soms ga ik erin mee en beaam dat dat zeker veel is en ik gelukkig andere kuren heb. En soms denk ik (en dat ligt natuurlijk ook een beetje aan de verdere houding van die ander): ik zal je krijgen. Dan zeg ik dat ik er hopelijk nog heel veel mag krijgen omdat dat betekent dat ik dan nog niet dood ben. Misschien onaardig van me, maar de 'strijd' houdt dan over het algemeen direct op.

Mensen zullen het niet bewust doen, maar ik begrijp die wedstrijd nooit zo goed. Kanker is echt voor niemand leuk en iedereen die het krijgt worstelt ermee. Zonder uitzaaiingen zullen de meesten altijd bang blijven dat die alsnog gaan komen. Met uitzaaiingen heb je weer andere zorgen. Elke behandeling heeft impact en ja, de ene behandeling is zeker veel heftiger dan de andere. Natuurlijk kun je dat gewoon uitwisselen en kan dat juist fijn zijn, maar het is toch vaak de toon waarop die bij mij in m'n irritatie gaat zitten. 

 Tegelijkertijd besef ik me dat ik misschien wel erg makkelijk praten heb: als 34-jarige jonge moeder met uitgezaaide kanker scoor ik vrij hoog. Zodra ik dat vertel valt men meestal stil. Medelijden wordt geuit en ik krijg bemoedigende woorden, bewondering voor hoe ik erin sta en ermee omga. En dan kan ik het toch niet ontkennen: ja, dat is fijn om te horen. Hoera, de wedstrijd gewonnen. 

53 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven

Het is ook nooit goed

Soms zijn er van die dagen, dan word ik toch zo moe van mezelf. Al weken beginnen de dagen knettervroeg door onze lieftallige peuter die dan ook meteen 'aan' staat op de vroege ochtend. Niks rustig op